| |
De geschiedenis van het Reiefeest
De voorgeschiedenis van het Reiefeest begint op 21 januari 1961 toen het dan nog jeugdige Comité voor Initiatief - het was pas vijf jaar eerder onder impuls van de Brugse Persbond opgericht - een beleefde brief verstuurde naar het stadsbestuur met het voorstel om een zomerfeest langs de Brugse reien te organiseren. Het basisidee kwam van wijlen Florent Machiels, die eigenlijk al een jaar eerder het plan had ontvouwd binnen het Comité zelf, maar toen had men het bij een eenvoudige “gedachtewisseling” gehouden, overtuigd van de idee dat zo’n project boven de financiële mogelijkheden van het Comité ging.
In 1961 was het Comité dan toch bereid om het er op te wagen, vooral ook omdat het stadsbestuur zich garant had gesteld om het eventueel financieel verlies bij te passen, bv. ten gevolge van slechte weersomstandigheden. Aanvankelijk was het de bedoeling om Brugge al in 1962 de première van het Reiefeest te laten beleven, maar omdat de resterende tijd té krap wordt bevonden, wordt het feest naar 1963 verdaagd. In een brief van 21 mei 1962 wordt dat officieel bevestigd aan het stadsbestuur en tegelijk wordt ook de officiële benaming vastgelegd : Reiefeest.
Op 3 augustus 1963 is het dan zover en beleeft Brugge de allereerste opvoering (van in totaal vier) van het Reiefeest. Die eerste opvoering wordt speciaal voorbehouden voor de Bruggelingen die voor 10 fr. het spektakel kunnen bijwonen ; pas de daaropvolgende opvoeringen zijn voor de andere bezoekers bestemd die 20 fr. entreegeld moeten betalen. De vier opvoeringen lokken samen welgeteld 26.124 bezoekers. Het eerste Reiefeest slorpte een budget op van 275.000 fr. Nu bedraagt het budget ongeveer 275.000… euro. Het succes van het eerste Reiefeest werkt zo enthousiasmerend dat meteen besloten wordt om het jaar daarop, in 1964, al met de tweede editie uit te pakken. Profiterend van de ervaringen met de eersteling wordt niet alleen het aantal taferelen opgevoerd, maar ook het aantal opvoeringen. Met 29.141 bezoekers boekt men meteen al een nieuw record.
Om het geheel niet te laten verstarren, blijft het zoeken naar innovaties een permanente zorg voor het Comité. Een van die innovaties is dat het feest voortaan nog slechts om de drie jaar zal worden opgevoerd. Al zal men soms noodgedwongen van die stelregel moeten afwijken, bijvoorbeeld in jaren waarin ook de Gouden Boomstoet plaatsheeft. Twee organisaties van dergelijke omvang binnen één maand realiseren is om praktische redenen alleen al niet haalbaar.
Niettemin wordt in 1966 rendez-vous gegeven voor de derde editie van het Reiefeest met deze keer 5 opvoeringen. Voor het eerst wordt ook de Hof Arents in het scenario opgenomen. Voor de editie van 1969 wordt het scenario voor het Reiefeest niet alleen quasi integraal vernieuwd, maar worden ook de Meebrug en het patriciërshuis op de hoek van de Wollestraat ingeschakeld, terwijl rond het Groeningemuseum een pittig volksfeest wordt gereconstrueerd.
Met de eerste lustrumeditie (1972) blijkt dat het Reiefeest intussen ruimschoots burgerrecht heeft verworven en de publieke belangstelling gaat dan ook onverstoord door in stijgende lijn. Dat geldt trouwens ook voor de uitgave van 1976 waarbij niet alleen voor het eerst meer dan 500 figuranten worden ingezet, maar het aantal toeschouwers ook voor het eerst de kaap van de 35.000 overschrijdt: er worden 36.163 tickets verkocht. In 1976 krijgt het Reiefeest trouwens ook een nieuwe dimensie omdat voor het eerst de Burg wordt ingeschakeld. Daar is een goede reden voor, want het is precies 600 jaar geleden dat de eerste steen van het stadhuis werd ingemetseld, een gebeurtenis die uiteraard in dat Burgtafereel wordt geëvoceerd.
Een onvoorwaardelijk hoogtepunt vormt het Reiefeest anno 1979, maar dat succes blijkt ook zijn nadelen te hebben. De organisatoren mogen weliswaar iets minder dan 45.000 bezoekers begroeten, maar dat biedt het nadeel dat lang niet iedereen min of meer comfortabel de diverse taferelen kan bekijken. Om tot een betere spreiding van het publiek te komen wordt in 1983 dan ook beslist om de Burg weer in het scenario in te passen. Ondanks twee uitgeregende voorstellingen daagt er andermaal heel wat publiek op en voor het eerst worden er meer dan 10.000 programmaboekjes verkocht.
Van het Reiefeest 1986 maakt het Comité een echte jubileumeditie met tal van totaal nieuwe taferelen, o.m. op de Burg waar de vernietiging van de stadhuisbeelden onder het Frans bewind nog eens wordt overgedaan. Gloednieuw is ook het tafereel op de Rozenhoedkaai. De publieke belangstelling is dat jaar niet groot, maar overweldigend : er worden meer dan 55.000 toeschouwers geteld. Tegelijk mocht ook de 500.000ste Reiefeestbezoeker worden begroet. En liefst zes tv-stations, waaronder een Amerikaans, zakken naar Brugge afzakken om het Reiefeest te 'coveren'.
Ook de editie 1992 lijkt amper nog op de voorgaande : voor Gruuthuse wordt een nieuw tafereel uitgetekend, op de Burg wordt het tafereel hernomen dat er 16 jaar eerder werd gecreëerd, terwijl de diverse kleinere taferelen die versnipperd langs de Groene Rei werden opgevoerd tot één groot tafereel samensmelten.
Iedereen is er klaar voor, behalve de weermaker die op de openingsavond bakken water over Brugge uitgiet zodat de opvoering noodgedwongen moet worden geannuleerd. Ook de volgende dagen blijft het weer maar magertjes, wat het totaal aantal toeschouwers tot 35.000 beperkt houdt.
In 1995 ondergaat het Reiefeest amper schokkende wijzigingen, al blijft de traditie gerespecteerd om minstens één tafereel grondig te herdenken. De keuze valt op het Burgtafereel met een evocatie van de moord op Karel de Goede. Drie jaar later wordt vooral de Dyver in de vernieuwing betrokken. Daar komt eveneens één globaal tafereel in plaats van diverse kleinere. En ook voor het eerste Reiefeest van de 2lste eeuw (2001) ontbreken uiteraard de vernieuwingen niet. En dat geldt niet alleen voor de taferelen, maar ook voor de regie waarvoor andermaal nieuw talent werd aangetrokken.
Voor de editie 2004 werden de tradities weliswaar gerespecteerd, maar wordt niettemin resoluut een nieuwe weg ingeslagen. Voor het eerst in de geschiedenis van het Reiefeest werd een tafereel gepresenteerd zonder ook maar één figurant. Op de Rozenhoedkaai werd de geschiedenis van de haven geëvoceerd met uitsluitend (laser)licht, klank en water waarbij de nieuwste technieken terzake werden gehanteerd. Bovendien werden voor het eerst ook scenes geëvoceerd uit het recentere verleden, nl. de 19e en 20e eeuw.

|














Foto's: © Cel fotografie Stad Brugge, Timmie &
Comité voor initiatief. |