|
Hoofdarchivaris dr. André Vandewalle over de nieuwe accenten in de
praalstoet van de Gouden Boom
“Voorprogramma plaatst praalstoet in historisch perspectief”
Op 25 en 26 augustus a.s. pakt Brugge
andermaal uit met de Praalstoet van de Gouden Boom, maar men kan zich
desgewenst al eerder in de Bourgondische sfeer laten onderdompelen. De stoet
wordt immers omkaderd door een “voorprogramma” in de vorm van een
thematische wandeling langs zes locaties die in 1468 écht decor waren voor
de huwelijksfestiviteiten van Margaretha van York en Karel de Stoute. In dit
project van de Erfgoedcel tekende hoofdarchivaris dr. André Vandewalle
verantwoordelijk voor de wetenschappelijke begeleiding. De praalstoet is
voor hem overigens al langer een vertrouwd gegeven, want vijf jaar geleden
hielp hij ook mee om de vernieuwing van de stoet gestalte te geven. Die
vernieuwing wordt trouwens in de editie van dit jaar doorgezet.
Nadat in ruim veertig nauwelijks iets aan
de praalstoet van de Gouden Boom werd gewijzigd, werd voor de editie van
2002 gekozen voor vernieuwing. Waarom ?
André Vandewalle
: “Omdat je bij elk project verstarring geen kans mag geven. Het Europees
Cultuurjaar 2002 leek dan ook een ideaal moment om het concept van de
praalstoet eens opnieuw en grondig te bekijken. Er is toen door een
‘vernieuwingswerkgroep’, samengesteld uit prof. Romain Van Eenoo, prof. Paul
Trio, archivaris Noël Geirnaert en mezelf, een diepgaand onderzoek gebeurd
waarbij wij zijn teruggekeerd naar de bron van de praalstoet, nl. het
concept zoals E.H. Antoon Viaene het bijna een halve eeuw eerder had
uitgetekend. Hoe kwam het dat Viaene enkele toch niet onbelangrijke aspecten
van het Bourgondische periode – ik denk o.m. aan de internationale rol die
Brugge toen speelde – toen niét in het scenario heeft opgenomen, was een van
de vragen die wij ons toen stelden ...”
En het antwoord op die vraag was …
André Vandewalle
: “Dat dit uiteraard met de mentaliteit én van E.H. Viaene én van die tijd
had te maken. Gezagsgetrouwheid werd toen bij wijze van spreken nog met
hoofdletter geschreven en vorsten hoorden met de nodige onderdanigheid te
worden benaderd. Nochtans was de Brugse burgerij in de Bourgondische tijd
minder onderdanig dan ons werd voorgehouden. Brugge bezat bijvoorbeeld alle
stapel- en marktrechten en deed er alles aan zijn voorhavens in z’n
economische greep te houden. Toen Sluis meer macht naar zich toe wilde
trekken, aarzelde Brugge in 1323 niet om met de wapens weer orde op zaken te
stellen. Sluis werd boudweg platgebrand ! In het script van E.H. Viaene werd
vooral het accent gelegd op de macht van de heersers en nauwelijks
stilgestaan bij de macht die de burgers daadwerkelijk ook hadden. Met enkele
nieuwe taferelen in de praalstoet hebben wij aldus het tijdsbeeld enigszins
bijgesteld.”
Had u nog meer nieuwe accenten willen
aanbrengen dan er uiteindelijk werden toegevoegd ?
André Vandewalle
: “Ja. Op het einde van het studiewerk hadden wij een vrij lang lijstje met
mogelijke nieuwigheden. Het probleem was echter dat een en ander ook op een
aantrekkelijke manier moest kunnen worden gevisualiseerd. Je kan
bijvoorbeeld een best boeiende scène hebben, alleen is die toevallig niet
eenvoudig uit te beelden. Bovendien moest uiteraard ook rekening worden
gehouden met de financiële mogelijkheden. Dergelijke beperkingen waren er
ook oorzaak van dat bepaalde vernieuwingen niet verregaand genoeg waren,
maar dat hebben wij voor de editie van dit jaar gelukkig kunnen bijsturen.”
“Neem bijvoorbeeld de groep van de Vreemde
Naties, groeperingen van kooplui uit vrijwel alle hoeken van Europa die in
het toen erg welvarende Brugge verbleven. Dat was in die tijd werkelijk een
grootmacht, maar dat straalde de nieuwe groep in 2002 nog onvoldoende uit.
Daarom hebben wij het aantal figuranten in deze groep uitgebreid en er ook
nog paarden en ruiters aan toegevoegd. In de optochten in de 15de
eeuw ontbrak het trouwens allerminst aan paarden.”
Zijn er nog vernieuwingen die in 2002 werden
ingevoerd en in de praalstoet van dit jaar worden “doorgetrokken” ?
André Vandewalle
: “Ook de openingspraalwagen is dit jaar nieuw. In 2002 was er weliswaar al
zo’n wagen, maar de vormgeving ervan was niet echt overtuigend. De bedoeling
was dat via een praalwagen werd duidelijk gemaakt hoe men voor het
riddertornooi van 1468 uitgerekend een gouden boom als trofee had
uitgeloofd. Daarom werd thans door Ann De Gheldere een gloednieuwe wagen
ontworpen waarbij een en ander treffender en moderner uitgebeeld wordt.”
De Gouden Boom is inderdaad een oud
literair thema.
André Vandewalle
: “Precies. Een dame die in een kasteel op een onbekend eiland gevangen
wordt gehouden moet worden bevrijd en het kasteel wordt bewaakt door een
dwerg die een reus gevangen houdt met een ketting die aan een gouden boom is
vastmaakt. In de stoet rijdt Antoon van Bourgondië, die in 1468 het tornooi
onder dit thema uitwerkte, dan ook voorop als ridder van de Gouden Boom.”.
U bent geen geboren Bruggeling (N.v.d.r.
hoofdarchivaris André Vandewalle werd in Rumbeke geboren.) Had u de
praalstoet ooit gezien vooraleer u beroepshalve in Brugge terechtkwam ?
André Vandewalle
: “Ik heb de praalstoet in 1965 voor het eerst gezien en kwam daar
behoorlijk onder de indruk van. En als beginnend student geschiedenis sprak
het thema mij uiteraard ook sterk aan. Uiteraard heb ik toen nooit gedacht
zelf ooit nog een rolletje in dit toch wel uniek evenement te zullen
spelen.”
Net als in 2002 kent de praalstoet ook nu
een zgn. voorprogramma: een wandeling langs een aantal historische locaties
die met de praalstoet verband houden.
André Vandewalle
: “Dit is een project dat samen met de Erfgoedcel wordt opgezet. Op zes
plaatsen die destijds decor zijn geweest tijdens de huwelijksfestiviteiten
van Margaretha van York en Karel de Stoute, zullen grote spandoeken met
passende afbeeldingen én viertalige uitleg worden geplaatst. Het gaat om
Sluis (waar Margaretha destijds aanmeerde), Damme (waar het eigenlijke
huwelijk werd voltrokken), de Kruispoort (de stadspoort waarlangs Margaretha
Brugge binnen kwam), de Burg, de Markt en tenslotte het Prinsenhof (de
grafelijke residentie). Uitvoeriger tekst en uitleg bij die zes haltes krijg
je ook mee in een speciaal katern dat in het programmaboekje werd ingelast.
Begin juli worden de spandoeken geplaatst en die blijven er staan tot 2
september. Ik kan je verzekeren dat het een originele, leerrijke en beslist
boeiende wandeling is.”
Geef eens drie goede redenen waarom wij die
wandeling beslist moeten maken…
André Vandewalle
: “1. De praalstoet trekt door slechts een gedeelte van de binnenstad en is
als dusdanig geen getrouwe afspiegeling van het traject van de Blijde
Intrede van Margaretha van York in 1468. De wandeling voert je langs enkele
locaties waar het zich toen wél allemaal afspeelde.”
“2. De stoet was in 1468 een optocht van de
edelen waar het volk zich aan kwam vergapen. Er werden ook toen taferelen
opgevoerd, zij het langs de kant van de weg zodat de passerende edelen ze in
ogenschouw konden nemen. Met de praalstoet gebeurt vandaag precies het
omgekeerde. Door een deel van het parcours af te wandelen die de edellieden
destijds volgden kan men zich toch min of meer een beeld vormen van hoe het
toen verliep en welke sfeer er toen in die straten moet hebben geleefd.”
“3. Met de wandeling word je er ten slotte
ook aan herinnerd dat het in 1468 om de intocht van alleen maar Margaretha
van York ging. Karel de Stoute was al eerder naar Brugge gekomen en zat toen
in het Prinsenhof gewoon op zijn bruid te wachten. Hij liet de eer aan de
kersverse vorstin om door het volk te worden toegejuicht. Vergeet niet dat
de praalstoet geen exacte historische evocatie is, maar gewoon een feeëriek
gebeuren. De wandeling plaatst de praalstoet derhalve in zijn historisch
perspectief.”
|