ACTIVITEITEN > 2007 > PRAALSTOET GOUDEN BOOM > SCHEPENEN

 ► INFO | VOORPROGRAMMA | VERNIEUWING | REGIE | CoÖrdinatie | KOSTUUMS | PRUIKEN & GRIME |
     SAMENSTELLING | SCHEPENEN

 
   
Schepenen Yves Roose en Jean-Marie Bogaert
en de Praalstoet van de Gouden Boom

“Cultuur en toerisme zijn geen Siamese tweelingen…”

Schepen Yves Roose als voorzitter en zijn collega Jean-Marie Bogaert als ondervoorzitter loodsen het Directiecomité door de drukke voorbereidingen van de praalstoet van de Gouden Boom. Maar ze doen méér dan dat : beide schepenen figureren straks ook daadwerkelijk in de stoet ! Waar wachten de overige mannelijke schepenen op ? Vrouwelijke figuranten zijn er al voldoende, maar algemeen coördinator Etienne Mommerency is nog koortsachtig op zoek naar deelnemers van mannelijke kunne…

In haar partijprogramma pleitte de SP.A om cultuur en toerisme in één schepenportefeuille samen te brengen. Het werden dan toch twee afzonderlijke bevoegdheden, maar finaal zitten jullie hier beiden samen voor de Gouden Boomstoet en zo zullen er nog wel meer projecten zijn waar samenwerking onontbeerlijk is.

Yves Roose
: “Cultuur én toerisme bij één schepen onderbrengen was een partijstandpunt, maar ik persoonlijk was daar niet zo’n grote voorstander van. Dat beide bevoegdheden gescheiden bleven maakte mij dan ook niet direct ongelukkig. Cultuur en toerisme hebben misschien een gemeenschappelijke bloedsomloop, maar het zijn geen Siamese tweelingen.”

Jean-Marie Bogaert : “Cultuur en toerisme zijn communicerende vaten, maar hebben elk hun eigen dynamiek en geaardheid. Daarom was ook ik er voorstander van om beide bevoegdheden gescheiden te houden om dan in het totaalbeleid een structurele samenwerking tussen beide diensten op te zetten. Dat gebeurt nu ook en tot dusver loopt die samenwerking voortreffelijk. Zo zitten de toerismemanager en de cultuurbeleidscoördinator samen met ons beiden maandelijks samen om te kijken waar synergie wenselijk en mogelijk is. Neem nu het verblijfstoerisme waarvan de dynamiek in niet geringe mate wordt beïnvloed door de programmering op cultureel vlak. Daarom geloven wij bijvoorbeeld erg sterk in festivalformules omdat die het verblijfstoerisme stimuleren.”

Yves Roose : “Precies. Het Festival van Vlaanderen is daar een fraai voorbeeld van, maar ook een evenement als Benenwerk. Kijk, cultuur mag nooit de waterdrager worden van het toerisme, of omgekeerd. Zowel cultuur als toerisme ressorteren hun eigen spin-off , bv. alleen al op het gebied van economie en tewerkstelling. Toch haalt niemand het zich in het hoofd om cultuur of toerisme samen met lokale economie aan één schepen toe te vertrouwen. Er moet wel een wisselwerking tussen al die bevoegdheden worden gecreëerd, zonder dat de ene de andere versmacht. Ik meen te mogen zeggen dat we dat evenwicht en die harmonie al dicht benaderen. Ik stel vast dat de reguliere programmering van onze cultuurhuizen steeds meer in een toeristisch kader worden geplaatst. Trouwens loopt ook de communicatie ter zake al veel beter dan vroeger. Ook onze musea spelen daar steeds gevatter op in. Zo pakken wij eerlang in het winterseizoen uit met twee nocturnes per week in onze musea, wat toch een prikkel voor het verblijfstoerisme moet zijn.”

Jean-Marie Bogaert : “Wij willen inderdaad het midweekverblijf promoten en die museanocturnes passen perfect in dat plaatje. Overigens publiceren wij ook maandelijks een evenementenkalender in vier talen.”

Yves Roose : “Al zeg ik het zelf : wij zijn aardig op weg naar een geïntegreerd beleid. De vraag kan worden gesteld of die dynamiek er ook zou zijn geweest mocht het allemaal onder één noemer zijn geplaatst.”

Terug naar de Gouden Boomstoet dat met een nieuw fenomeen wordt geconfronteerd : daar waar vroeger het aanbod van figuranten groter was dan de vraag, is dit nu omgekeerd. Algemeen coördinator Etienne Mommerency is nog druk op zoek naar mannen…

Yves Roose : “Het fenomeen is niet zo nieuw, want tekent zich al enige tijd af. Vroeger konden wij rekenen op de marines uit Sint-Kruis en de miliciens uit Zedelgem – goed voor tientallen figuranten die bovendien perfect konden marcheren – maar door omstandigheden geraakte dat legerhoofdstuk afgesloten. Ook scholen leveren niet langer massaal figuranten af . Niet zelden komt dat omdat de leraar die het zich ‘aantrok’ met pensioen is gegaan zonder dat er een opvolger klaar stond. Gelukkig zien steeds meer scholen in dat er moet worden ingegrepen. Zo zond het Sint-Lodewijkscollege al een positief signaal in die richting uit.”

Jean-Marie Bogaert : “Intussen geven wij het goede voorbeeld : zowel collega Roose als ikzelf stappen mee op in de Praalstoet. Je zal ons samen zien op de praalwagen “De moord op Karel de Goede”. Wie er wie vermoordt laat ik nog even in het midden…”

Yves Roose : “Dat tanend enthousiasme bij figuranten is overigens geen typisch Brugs verschijnsel. Het heeft ook te maken met bepaalde evoluties in de samenleving. Je hebt bijvoorbeeld meer tweeverdieners die hun schaarse vrije tijd dan ook bij voorkeur samen willen doorbrengen. De mobiliteit is ook veel groter dan vroeger zodat er veel meer gereisd wordt. De praalstoet gaat uit in augustus en steeds meer jongeren zitten dan vast als jobstudent. Ook de gezagspositie in het onderwijs is een beetje weggedeemsterd. Vroeger volstond het dat de leraar zei : “Jij en jij gaan mee in de Gouden Boomstoet’. Nu is het meer van ‘Heb je geen zin om mee te gaan ?’. Je ziet identieke evoluties bij tal van verenigingen : men gaat zijn vrije tijd steeds anders invullen tot er geen vrije tijd meer overblijft. Ik wil het echter ook niet dramatiseren : met de revival van de belangstelling voor het Erfgoed mogen wij vaststellen dat steeds meer mensen er zich van bewust worden dat evenementen zoals de Gouden Boomstoet het koesteren waard zijn en zich daarvoor dan ook met veel overgave willen inzetten.”

Jean-Marie Bogaert : “Dat het verminderde enthousiasme van de figuranten met een déjà-vu-effect zou kunnen te maken hebben ? Dat geloof ik niet. Tenslotte gaat de praalstoet slechts om de vijf jaar uit, zodat er toch telkens nieuwe generaties voor het eerst mee kennis maken. En als toeschouwer kan je de praalstoet best meer dan een keer bekijken want het is een ijzersterk project.”

We moeten niettemin vaststellen dat in tal van andere steden stoeten met een lange traditie verdwijnen…

Yves Roose : “Ik denk niet dat er dergelijke bedreiging op de Praalstoet van de Gouden Boom weegt. Na enkele moeilijke jaren snakken de mensen duidelijk weer naar vormen van samenzijn, zij het niet meer in de verzuilde vorm zoals vroeger. Kijk maar eens naar de vele wijkcomités die her en der worden opgericht. Daarnaast is er ook, zoals ik al aanstipte, de stijgende interesse voor Erfgoed en volkskunde, ook bij jongeren. Evenementen zoals de Praalstoet zullen onvermijdelijk op dat elan meedrijven. We zullen wij dan dergelijke evenementen permanent moeten evalueren en ook actualiseren, zoniet kunnen ze inderdaad gemummificeerd geraken.”

Jullie stappen in augustus dus mee op in de stoet. Is dat jullie stoetendebuut ?

Jean-Marie Bogaert : “Ik heb wel enige stoetenervaring. Zo nam ik nog deel aan de Heilig-Bloedprocessie - als figurant veertig jaar geleden en als gemeentelijk mandataris de voorbije 30 jaar - en was ik in binnen- en buitenland in tal van stoeten van de partij met onze Sint-Kruise reuzen.”

Yves Roose : “Tot 2002 had ik alleen ervaring met de 1-meioptocht. In 2002 stapte ik dan voor het eerst mee op in de praalstoet. Wat mij opviel was de enorme betrokkenheid van de honderden figuranten en de ploeg die daar een heel jaar mee bezig is. Daarom alleen al mag een evenement als de praalstoet niet teloor gaan.”
 




Foto's: Toerisme Brugge

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© 2004 - Comité voor Initiatief van Brugge vzw

 TOP