|
Regisseur Tony Willems aan zijn vijfde editie
van de
Gouden Boomstoet toe
“Stoeten worden steeds meer straattoneel”
Op 26 en 27 augustus trekt de
Praalstoet van de Gouden Boom andermaal door Brugge, waarmee het vermaarde
evenement aan zijn 11de editie toe is. En aan zijn derde
regisseur, want na Frans Vromman en Remi Van Duyn houdt Tony Willems sinds
de uitgave van 1985 de regietouwtjes strak in handen. Vijfjaarlijks wordt
van hem verwacht een gigantisch stuk Vlaams-Bourgondische geschiedenis te
laten herleven en vijfjaarlijks lost hij ook die (hoge) verwachtingen in. En
dat is allerminst een routineklus geworden, want ook een praalstoet ontsnapt
niet aan nieuwe evoluties en dito kijkgewoontes.
De vorige editie van praalstoet was
onderdeel van het Brugge 2002-programma en werd in die hoedanigheid, op
advies van een werkgroep van historici, gedeeltelijk “herdacht”. Werd die
vernieuwing verder doorgetrokken voor de praalstoet anno 2007 ?
Tony Willems : “Die vernieuwingslijn
wordt inderdaad doorgetrokken en ze zal ook meteen zichtbaar zijn. Het
muziekkorps van de Gouden Boom, dat traditioneel de stoet opent, zal
aantreden in gloednieuwe en overigens bijzonder fraaie kostuums en ook de
openingswagen, waarop de legende van de Gouden Boom wordt uitgebeeld, is
totaal nieuw. Die wagen was in 2002 al in de stoet ingepast, maar toen was
de realisatie ervan nogal snel moeten gaan. Dit keer werd voor het ontwerp
en uitvoering meer tijd uitgetrokken en werd alles ook professioneler
aangepakt. Er werd aan drie kunstenaars een ontwerp gevraagd en uiteindelijk
werd de inzending van Ann De Gheldere weerhouden.”
Nieuw in de stoet van 2002 was ook
de groep Vreemde Naties. Er werd toen gesteld dat die vernieuwing slechts
een ‘eerste aanzet’ was.
Tony Willems : “De groep wordt nu
inderdaad uitgebreid, zij het dat wij wegens budgettaire beperkingen minder
verder hebben kunnen gaan dan gepland en verhoopt. Bleef die groep vijf jaar
geleden nog beperkt tot 30 figuranten – wat een eerder schrale indruk naliet
– dan wordt dit aantal thans verdubbeld. En dat is nog slechts een fractie
van wat het in 1468 in werkelijkheid was, want toen trokken duizenden leden
van Vreemde Naties door de Brugse straten. De doortocht van die lieden
alleen al duurde toen urenlang. Bovendien wordt de groep nu ook uitgebreid
met ruiters, toortsdragers, muzikanten én herauten, want in werkelijkheid
droegen die vreemde kooplieden uiteraard niet zelf hun vaandel. Daar hadden
ze ‘personeel’ voor…”
In de loop der jaren werd het
concept van de praalstoet van de Gouden Boom bij herhaling bijgestuurd
zonder evenwel essentieel aan het basisscenario van E.H. Antoon Viaene te
raken. Dat mag erop wijzen dat het een ijzersterk concept was…
Tony Willems : “E.H. Antoon Viaene had
in 1958 de praalstoet opgebouwd rond drie thema’s : de legende van
Vlaanderen, literaire motieven rond liefde en huwelijk en tenslotte de
Blijde Inkomst van Karel de Stoute en Margaretha van York. Die drie thema’s
staan inderdaad nog altijd overeind, zij het dat wij het tweede deel, dat
met veel muziek en dans erg levendig was, hebben ‘gemengd’ met de Blijde
Intrede, dat eerder statisch aandeed. Deze mix maakte de stoet beduidend
attractiever. Verder werden op inspiratie van stadsarchivaris André
Vandewalle, ook enkele geschiedkundige scènes toegevoegd, zoals het
Arteveldetafereel over de Bruggelingen die aan de zijde van de Gentenaars de
Fransen bestreden, het openen van de thesauriekoffers in het Belfort, de
aanval op Sluis en het vergieren van de wijn op het Kraanplein. Een aantal
groepen kreeg een duidelijker accent zoals deze van de ambachten en de
rederijkers enz. Ook dat liet ons toe bijkomende dynamiek in de stoet te
steken.”
Dàt is precies de uitdaging van
iedere stoet : vermijden dat het allemaal net niet té statisch wordt…
-Tony Willems : “Precies daarom werd
mettertijd niet alleen meer actie ingebouwd, maar werden ook dialogen
toegevoegd. In de allereerste editie van de praalstoet kwam er trouwens geen
echte dialoog voor, alleen het aflezen van drie oorkonden. Dialogen in een
stoet inpassen is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan, want een
toeschouwer kan een voorbijtrekkend tafereel gedurende maximaal 50 meter
volgen, m.a.w. in één minuut trekt een tafereel aan die kijker voorbij. Dat
houdt in dat de dialogen ook maximaal één minuut mogen duren. We moeten het
dus hebben van erg gebalde teksten met korte replieken die bij voorkeur ook
nog luidkeels worden gedebiteerd, zodat ze zo lang mogelijk hoorbaar en
verstaanbaar blijven. Ondertussen mag de stoet niet stilstaan, maar vooruit
evolueren. Deze bijzondere regietechniek die van een stoet een
voortschrijdend straattheater maakt heb ik al toegepast in de Maria van
Bourgondië-avondstoet en pas ik ook nog jaarlijks toe in de
Heilig-Bloedprocessie.”
“Voorts proberen wij de levendigheid
van de stoet ook op te trekken door meer interdisciplinair te werken.
Vroeger had je een groep die zong, braafjes gevolgd door een groep met
dansers, waarna dan niet zelden een marcherende groep passeerde. Thans laten
we waar mogelijk muziek, zang, dans en tekst binnen een en hetzelfde
tafereel samenvloeien.”
“Eigenlijk werd de praalstoet van de
Gouden Boomstoet permanent bijgestuurd. Alles kan ten slotte altijd een
ietsje worden verbeterd en bovendien moet ook rekening worden gehouden met
de gewijzigde kijkgewoonten van de toeschouwer. Daarom werden in de loop der
jaren taferelen geschrapt, nieuwe toegevoegd en bestaande samengesmolten. De
allereerste editie van de praalstoet bestond uit 92 taferelen, nu zijn dat
er nog 72, wat maakt dat de stoet zo’n anderhalf uur duurt. Dat maakt de
stoet er niet minder interessant op, integendeel. Anderhalf uur is bovendien
een ideale tijdspanne om de aandacht van de kijker gespannen te houden.”
Hoeveel tijd vergt de voorbereiding
van een evenement als de praalstoet van de Gouden Boom ?
Tony Willems : “Eigenlijk beginnen wij
na afloop van de stoet al onmiddellijk aan de volgende editie te denken. Die
voorbereidingen worden dan zowat anderhalf jaar voor de volgende uitgave
geïntensifieerd via het Directiecomité dat zich met alle facetten van de
praktische organisatie inlaat. Daarmee geraakt de voorbereiding op
kruissnelheid om dan tijdens de laatste twee maanden op volle toerental te
draaien. De eerste repetities starten in juni en na een korte
vakantieonderbreking in juli, gaan we er de hele maand augustus dagelijks
tegenaan. En als na de laatste rondgang de laatste figurant weer binnen is,
slaken wij een zucht van opluchting als alles weer eens vlekkeloos is
verlopen en drinken wij een stevige pint.”
|