ACTIVITEITEN > 2007 > PRAALSTOET GOUDEN BOOM > KOSTUUMS

 ► INFO | VOORPROGRAMMA | VERNIEUWING | REGIE | CoÖrdinatie | KOSTUUMS | PRUIKEN & GRIME |
     SAMENSTELLING | SCHEPENEN

 
   

Gilbert Declercq ontwierp nieuwe kostuums
voor de Praalstoet van de Gouden Boom

Portret van een artistieke duizendpoot…

Het scenario van de Praalstoet van de Gouden Boom mag dan zo ijzersterk zijn dat het nauwelijks aan slijtage onderhevig is, kostuums en rekwisieten lijden uiteraard wél onder de tand des tijds en zijn dus bij momenten aan hernieuwing toe. Daarenboven moeten voor nieuwe groepen ook nieuwe kostuums worden ontworpen. Daar tekent Gilbert Declercq verantwoordelijk voor, een geboren Oost-Vlaming die letterlijk ook een Bruggeminnaar werd en dat niet alleen omdat hij is gehuwd met Katrien Laloo, kleindochter van de Brugse beeldhouwer Rik Laloo.

Gilbert Declercq (° Zwijnaarde 1946) is wat men noemt een artistieke duizendpoot. Begenadigd met een zeldzame grafische aanleg tekende en schilderde hij een indrukwekkend palmares bijeen die tot internationale erkenning leidde. Ook het ontwerpen van toneelkostuums, rekwisieten en praalwagens staat daarbij op het visitekaartje. Dit veelzijdige talent was ook Brugge niet ontgaan en toen de praalstoet voor de editie in “cultureel hoofdstadjaar” 2002 werd herzien, werd Gilbert Declercq prompt binnengehaald voor het ontwerpen van de kostuums van enkele nieuwe en uitgebreide groepen. Hij deed dat zo voorbeeldig dat hij voor de praalstoet van dit jaar andermaal aan het werk werd gezet. Als u in augustus a.s. bijvoorbeeld de groep “Vreemde Naties” ziet voorbij trekken, weet dan dat ze door Gilbert Declercq werden uitgedost.

Intussen werkte Gilbert Declercq overigens niet alleen voor de praalstoet van de Gouden Boom, ook in de aankleding van het Reiefeest anno 2004 had hij een aandeel en voor de stoet die volgend jaar door de straten van Gent trekt n.a.v. het 200-jarig bestaan van de Floraliën ontwierp hij niet alleen kostuums, maar ook nog eens zegge en schrijve tien praalwagens.

Gilbert Declercq : “Dat zijn opdrachten zoals ik ze graag heb. Het vergt boeiend opzoekwerk want in een geschiedkundige stoet moet alles zoveel mogelijk historisch juist zitten, maar toch blijft er nog een marge over voor de eigen creativiteit. En uiteraard streelt het de ijdelheid te weten dat je creaties straks door duizenden mensen worden bekeken.”

Zich onderdompelen in bibliotheken om informatie bij mekaar te sprokkelen, het zat er al vroeg in bij Gilbert Declercq, die tevens al snel een zeldzaam tekentalent etaleerde. Zoals meer het geval is met tieners, geraakte Declercq al op jeugdige leeftijd gefascineerd door treinen, auto’s en vliegtuigen. In boeken en tijdschriften harkte hij allerhande illustratiemateriaal bij mekaar om er ten slotte een heus stripverhaal van te maken : De Douglas Skyrocket. Met al zijn jeugdige overmoed stuurde hij het verhaal op naar het jongerenblad Ons Volkske en zag het warempel ook nog verschijnen. Gilbert Declercq was toen – jawel – zegge en schrijve 16 jaar ! Zijn vreugde kon helemaal niet meer op toen hij er ook nog voor gehonoreerd werd met de ronde som van 3.000 fr., in 1962 een behoorlijk bedrag, zeker voor een teenager.

Zo hij er ooit nog mocht aan getwijfeld hebben, stond zijn besluit nu helemaal vast : hij zou tekenaar worden. En meldde zich als leerling aan in de Gentse academie. Daar maakte hij kennis met de veelvuldig gelauwerde Raoul Servais, die niet alleen zijn leraar, maar ook zijn mentor zou worden. Servais overtuigde hem immers om, na vijf jaar “Sierkunsten” ook nog de driejarige opleiding “Animatiefilm” te volgen waardoor Gilbert Declercq de allereerste gediplomeerde mannelijke animatiefilmer van de Gentse academie werd.

Goed, daar sta je dan met een fraai diploma onder de arm, maar dat garandeert uiteraard nog geen brood op de plank. Hij solliciteerde her en der en kon daarbij blijkbaar toenmalig hoofdredacteur Johan Anthierens overtuigen, want die haalde hem in huis voor de illustraties in Mimosa. Later zouden ook nog de damesbladen Rijk der Vrouw en Liblle/Rosita volgen.

Het scherpte Declercqs passie aan voor de symbiose van schilder- en illustratiekunst en daarom besloot hij de opleiding Famous Artists Course te volgen, een drie jaar durende Amerikaanse cursus die werd samengesteld door ’s werelds beste illustratoren. In 1984 zou hij niet toevallig als artist member worden opgenomen in de prestigieuze Society of Illustrators, de Amerikaanse beroepvereniging voor illustratoren. Dit zou later leiden tot tal van illustraties in het wereldwijde verspreide Reader’s Digest.

Strips tekenen bleef Declercq echter fascineren en dus baande hij ook in die sector gestaag zijn weg. Hij deed het met zoveel vakmanschap dat hij ooit werd gevraagd om in New York te gaan werken, maar Declercq wees het aanbod af. Leven in zo’n wereldstad leek hem niet aanlokkelijk…

Declercq bleef dus braafjes in eigen land, waar hij met Mach I – jawel, opnieuw en verhaal vol vliegtuigen – terecht kwam in ’t Kapoentje en Hugo des Ombres in dagelijkse afleveringen gepubliceerd zag in Le Soir. Tussenin zou hij ook zeven jaar lang de cover van het stripweekblad Ohee vorm geven, tekende hij de reeks “Avalon Air” voor Robbedoes en haalde hij het weekblad Kuifje met de Jody Barton, een strip die dit keer niet over vliegtuigen, maar over schepen ging. Nog op zijn palmares staat de reeks Rud Hart – jawel, een piloot – in Kuifje en, in opdracht van de Standaard Uitgeverij, Oliver Twist, een stripversie van de klassieker van Charles Dickens.

Declercq kon er bij dit alles zijn vakmanschap als tekenaar met vlijmscherpe accuratesse botvieren. Dat ontging blijkbaar ook de befaamde Duitse treintjesbouwer Märklin niet, want die verzocht hem de affiche te tekenen voor de tentoonstelling bij de opening van het nieuwe Märklinmuseum in Göppingen. De geschiedenis van de ruimtevaart illustreerde Declercq dan weer in een adembenemende tekening voor de jaarkalender 1994 van Dai Nippon, Japans grootste grafisch bedrijf, dat daartoe een wedstrijd had uitgeschreven onder het wereldkruim van de illustratoren.

Maar we gaven het reeds aan : Gilbert Declercq is een artistieke duizendpoot en dus mag ook zijn talent als schilder en aquarellist niet onvermeld blijven. Hij volgde daartoe lessen in de Schule des Sehens in Salzburg, een land dat hem overigens nooit meer zou loslaten. Tentoonstellingen in Insnsbruck, Wenen en Dornbirn waren daar gevolgen van. Andere buitenlandse exposities hadden plaats in Londen (The Mall Galeries), Hamburg en New York. En tussendoor won hij ook nog verschillende internationale prijzen voor zijn aquarellen, o.m. bij The International Artists in Watercolor Competition waar de jurering in handen lag van de prestigieuze Engelse Royal Watercolor Society.

Dat Gilbert Declercq naast dit alles ook nog een getalenteerd portretschilder is zal intussen allicht nog weinigen verbazen.

Vlaanderen heeft er wel meer, kunstenaars die wereldwijde erkenning afdwongen. Zeldzaam zijn echter de artiesten die er ook nog zo bescheiden bij blijven als Gilbert Declercq. Het directiecomité van de Praalstoet van de Gouden Boom mag er terecht prat op gaan die gepolitoerd talent te hebben binnengehaald.




Foto's: Toerisme Brugge

 

 

 

 

 


 

 

 

 

© 2004 - Comité voor Initiatief van Brugge vzw

 TOP