|
Etienne Mommerency waakt over coördinatie
van DE praalstoet van de Gouden Boom
“Een monument in Vlaamse
stoetenwereld”
Hoe krijg je tijdens een weekend 100
paarden bijeen ? Waar kan je nog een muilezel huren ? Hoe geraak je met een
kudde schapen in het stadscentrum van Brugge ? Het zijn niet direct vragen
die je verwacht bij een historische evocatie van een prinselijk huwelijk.
Nochtans zijn dat slechts drie van de vele probleempjes die algemeen
coördinator Etienne Mommerency telkens weer moet opgelost krijgen voor de
Praalstoet van de Gouden Boom.
De Praalstoet van de Gouden Boom
is straks aan de 11de editie toe en u bent allicht een van de zeldzame
Bruggelingen die bij iedere uitgang betrokken was, zoniet als figurant, dan
als lid van het organisatiecomité…
Mommerency:
Klopt. In de eerste edities van de stoet trad ik nog aan als figurant,
aanvankelijk als nar, nadien als Filips de Stoute waarbij ik, al dan niet
toevallig, optrok aan de zijde van José De Vadder, mijn latere echtgenote,
die Margeretha van Vlaanderen vertolkte. Nadien geraakte ik dan betrokken
bij de organisatie zelf als hulp van Frans Vromman die als algemeen leider
fungeerde, en nog later promoveerde ik tot algemeen coördinator. Mijn
ervaring als figurant komt mij overigens uitstekend van pas als coördinator,
omdat je weet wat de noden en gevoelens zijn van een figurant. Ik beweer
niet dat het noodzakelijk is dat je vooraf zelf mee hebt opgestapt, maar het
is wel nuttig. Het is een beetje zoals een voetbaltrainer. Hij moet niet per
definitie zelf een goede voetballer zijn geweest om een goede oefenmeester
te worden, maar het helpt.
Waaruit bestaat precies de taak
van de algemeen coördinator ?
Mommerency
: Bij wijze van boutade zeg ik al eens dat een coördinator alles doet wat de
andere leden van de organisatieploeg niét doen. Zo sta ik in voor de
rekrutering van de deelnemers, zowel figuranten als dansers en muzikanten.
Dat is bij momenten letterlijk een beestenboel, want ook nog ‘deelnemers’
aan de stoet zijn drie ezels, drie kamelen, een muilezel, een meute honden,
een kudde schapen en zo’n 100 paarden, 25 boerenpaarden die de praalwagens
trekken en 76 ruiterpaarden. Van de coördinator wordt ook verwacht dat alle
rekwisieten er tijdig zijn, dat de praalwagens op punt worden gesteld en de
opbouw van nieuwe wagens volgens schema verloopt enz. Ook de organisatie van
de repetities, het aanpassen van de kostuums inbegrepen, behoort tot het
takenpakket. En de dag van de uitgang laat ik mij ten slotte in met de
opstelling van de stoet en geef ik, als alles en iedereen inderdaad klaar
is, letterlijk en figuurlijk ook het starschot. Alles samen is het een
behoorlijk pakket, maar je staat er wel niet alleen voor, want je hebt bij
dit alles ook ruggesteun van het directiecomité. Al blijft het de vraag of
het een niet te omvangrijk pakket is voor één persoon. Goed, ik kan intussen
gelukkig terugvallen op een ruime ervaring, niet alleen met de praalstoet,
maar ook met stoeten elders in het land, en dat laat me toe om de 1001
probleempjes die bij iedere rondgang opduiken alsnog op te lossen.”
Een verhaal wil dat het
rekrutering van figuranten alsmaar moeizamer én moeilijker verloopt…
Mommerency
: “Het is inderdaad minder vanzelfsprekend geworden, vooral omdat wij op
steeds minder groepen kunnen terugvallen. Vroeger, toen legerdienst nog
bestond, konden wij bijvoorbeeld rekenen op miliciens uit Sint-Kruis en
Zedelgem. Dat betekende meteen een pak volk dat bovendien behoorlijk kon
marcheren, wat mooi meegenomen was. Zo kwam het dat ooit Waalse marines zijn
opgestapt als het Vlaamse Heir, maar dat was hen niet aan te zien. Ook
scholen leverden vroeger al eens hele klassen aan, maar ook die spoeling is
dunner geworden. Niet dat de leerlingen nu hun neus optrekken voor de
praalstoet, maar vroeger had je in veel scholen een leraar die het zich
“aantrok”. Als die leerkrachten dan afhaakten, bv. wegens pensioenleeftijd,
stond er niet altijd een opvolger klaar. Anderzijds zijn er wel nog groepen
die de praalstoet hondstrouw blijven, zoals toneelverenigingen en ook een
groep Sint-Kruisnaars die nu al jarenlang hetzelfde tafereel uitbeelden. En
ook de Brugse Ijsberen staan om de vijf jaar paraat.”
“Daarentegen bieden zich nu meer
individuele Bruggelingen, ook kinderen en jongeren, aan voor een
figurantenrol, wat er toch mag op wijzen dat de Bruggeling best fier is op
‘zijn’ praalstoet. Niettemin is het figurantenlijstje nog steeds niet
volledig ingevuld. We zijn vooral nog naar jonge mannen op zoek. Gegadigden
mogen zich steeds bij mij aanmelden (tel. 050/39.26.28). We hebben in totaal
zo’n 1800 figuranten nodig, maar geen paniek, op 25 en 26 augustus zullen ze
er staan.”
Vroeger had zowat iedere stad of
zelfs gemeente zijn stoet, maar intussen zijn er al vele van de kalender
verdwenen. Zijn de hoogdagen van de stoet voorbij ?
Mommerency
: “Er zijn inderdaad stoeten verdwenen, maar anderzijds zijn er ook nieuwe
bijgekomen en worden er nog steeds nieuwe gecreëerd. Zo pakt bv. Gent
volgend jaar uit met een gloednieuwe praalstoet naar aanleiding 200 jaar
Gentse Floraliën. Dat sommige stoeten sneuvelden komt o.m. omdat het ze aan
eigenheid ontbrak. Ik denk aan stoeten die, ik zeg maar wat, in Oostende
uitgingen, maar eigenlijk net zo goed in Blankenberge hadden kunnen
plaatshebben. De praalstoet van de Gouden Boom is daar steeds aan ontsnapt
omdat ze typisch Brugs is – ik kan me niet voorstellen dat die stoet elders
rondtrekt –, een boeiende brok Brugse geschiedenis evoceert en zich
bovendien afspeelt binnen een historische stadskern die men al evenmin
elders vindt. De praalstoet is een monument binnen een monument. Komt daar
nog bij dat voor de praalstoet van de Gouden Boom de lat heel hoog wordt
gelegd. Het is een ijzersterk scenario dat strak geregisseerd wordt, met
veel overtuiging wordt vertolkt en waarbij weinig of geen toegevingen aan de
kwaliteit worden gedaan. Ik ben bij meer stoeten in Vlaanderen betrokken en
heb al meer dan eens keer mogen ervaren dat de praalstoet van de Gouden Boom
als hét referentiepunt wordt gebruikt, als een modelstoet wordt beschouwd,
en zo’n status verwerf je uiteraard niet toevallig. Opvallend is wel dat
vooral stoeten die jaarlijks op de affiche werden geplaatst finaal
mettertijd verdwenen. Dat heeft niet zelden te maken met financiën – een
stoet die naam waardig slorpt al snel een fors budget op – maar ook met het
déjà-vu-gevoel dat bij jaarlijkse ommegangen snel opduikt. Toen het
stadsbestuur destijds besliste om de praalstoet van de Gouden Boom
vijfjaarlijks te organiseren, was dat dan ook een wijze beslissing.”
|








Foto's: Toerisme Brugge

|