ACTIVITEITEN > 2007 > PRAALSTOET GOUDEN BOOM > COÖRDINATIE

 ► INFO | VOORPROGRAMMA | VERNIEUWING | REGIE | CoÖrdinatie | KOSTUUMS | PRUIKEN & GRIME |
     SAMENSTELLING | SCHEPENEN

 
   

Etienne Mommerency waakt over coördinatie
van DE praalstoet van de Gouden Boom

“Een monument in Vlaamse stoetenwereld”

Hoe krijg je tijdens een weekend 100 paarden bijeen ? Waar kan je nog een muilezel huren ? Hoe geraak je met een kudde schapen in het stadscentrum van Brugge ? Het zijn niet direct vragen die je verwacht bij een historische evocatie van een prinselijk huwelijk. Nochtans zijn dat slechts drie van de vele probleempjes die algemeen coördinator Etienne Mommerency telkens weer moet opgelost krijgen voor de Praalstoet van de Gouden Boom.

De Praalstoet van de Gouden Boom is straks aan de 11de editie toe en u bent allicht een van de zeldzame Bruggelingen die bij iedere uitgang betrokken was, zoniet als figurant, dan als lid van het organisatiecomité…

Mommerency: Klopt. In de eerste edities van de stoet trad ik nog aan als figurant, aanvankelijk als nar, nadien als Filips de Stoute waarbij ik, al dan niet toevallig, optrok aan de zijde van José De Vadder, mijn latere echtgenote, die Margeretha van Vlaanderen vertolkte. Nadien geraakte ik dan betrokken bij de organisatie zelf als hulp van Frans Vromman die als algemeen leider fungeerde, en nog later promoveerde ik tot algemeen coördinator. Mijn ervaring als figurant komt mij overigens uitstekend van pas als coördinator, omdat je weet wat de noden en gevoelens zijn van een figurant. Ik beweer niet dat het noodzakelijk is dat je vooraf zelf mee hebt opgestapt, maar het is wel nuttig. Het is een beetje zoals een voetbaltrainer. Hij moet niet per definitie zelf een goede voetballer zijn geweest om een goede oefenmeester te worden, maar het helpt.

Waaruit bestaat precies de taak van de algemeen coördinator ?

Mommerency : Bij wijze van boutade zeg ik al eens dat een coördinator alles doet wat de andere leden van de organisatieploeg niét doen. Zo sta ik in voor de rekrutering van de deelnemers, zowel figuranten als dansers en muzikanten. Dat is bij momenten letterlijk een beestenboel, want ook nog ‘deelnemers’ aan de stoet zijn drie ezels, drie kamelen, een muilezel, een meute honden, een kudde schapen en zo’n 100 paarden, 25 boerenpaarden die de praalwagens trekken en 76 ruiterpaarden. Van de coördinator wordt ook verwacht dat alle rekwisieten er tijdig zijn, dat de praalwagens op punt worden gesteld en de opbouw van nieuwe wagens volgens schema verloopt enz. Ook de organisatie van de repetities, het aanpassen van de kostuums inbegrepen, behoort tot het takenpakket. En de dag van de uitgang laat ik mij ten slotte in met de opstelling van de stoet en geef ik, als alles en iedereen inderdaad klaar is, letterlijk en figuurlijk ook het starschot. Alles samen is het een behoorlijk pakket, maar je staat er wel niet alleen voor, want je hebt bij dit alles ook ruggesteun van het directiecomité. Al blijft het de vraag of het een niet te omvangrijk pakket is voor één persoon. Goed, ik kan intussen gelukkig terugvallen op een ruime ervaring, niet alleen met de praalstoet, maar ook met stoeten elders in het land, en dat laat me toe om de 1001 probleempjes die bij iedere rondgang opduiken alsnog op te lossen.”

Een verhaal wil dat het rekrutering van figuranten alsmaar moeizamer én moeilijker verloopt…

Mommerency : “Het is inderdaad minder vanzelfsprekend geworden, vooral omdat wij op steeds minder groepen kunnen terugvallen. Vroeger, toen legerdienst nog bestond, konden wij bijvoorbeeld rekenen op miliciens uit Sint-Kruis en Zedelgem. Dat betekende meteen een pak volk dat bovendien behoorlijk kon marcheren, wat mooi meegenomen was. Zo kwam het dat ooit Waalse marines zijn opgestapt als het Vlaamse Heir, maar dat was hen niet aan te zien. Ook scholen leverden vroeger al eens hele klassen aan, maar ook die spoeling is dunner geworden. Niet dat de leerlingen nu hun neus optrekken voor de praalstoet, maar vroeger had je in veel scholen een leraar die het zich “aantrok”. Als die leerkrachten dan afhaakten, bv. wegens pensioenleeftijd, stond er niet altijd een opvolger klaar. Anderzijds zijn er wel nog groepen die de praalstoet hondstrouw blijven, zoals toneelverenigingen en ook een groep Sint-Kruisnaars die nu al jarenlang hetzelfde tafereel uitbeelden. En ook de Brugse Ijsberen staan om de vijf jaar paraat.”

“Daarentegen bieden zich nu meer individuele Bruggelingen, ook kinderen en jongeren, aan voor een figurantenrol, wat er toch mag op wijzen dat de Bruggeling best fier is op ‘zijn’ praalstoet. Niettemin is het figurantenlijstje nog steeds niet volledig ingevuld. We zijn vooral nog naar jonge mannen op zoek. Gegadigden mogen zich steeds bij mij aanmelden (tel. 050/39.26.28). We hebben in totaal zo’n 1800 figuranten nodig, maar geen paniek, op 25 en 26 augustus zullen ze er staan.”

Vroeger had zowat iedere stad of zelfs gemeente zijn stoet, maar intussen zijn er al vele van de kalender verdwenen. Zijn de hoogdagen van de stoet voorbij ?

Mommerency : “Er zijn inderdaad stoeten verdwenen, maar anderzijds zijn er ook nieuwe bijgekomen en worden er nog steeds nieuwe gecreëerd. Zo pakt bv. Gent volgend jaar uit met een gloednieuwe praalstoet naar aanleiding 200 jaar Gentse Floraliën. Dat sommige stoeten sneuvelden komt o.m. omdat het ze aan eigenheid ontbrak. Ik denk aan stoeten die, ik zeg maar wat, in Oostende uitgingen, maar eigenlijk net zo goed in Blankenberge hadden kunnen plaatshebben. De praalstoet van de Gouden Boom is daar steeds aan ontsnapt omdat ze typisch Brugs is – ik kan me niet voorstellen dat die stoet elders rondtrekt –, een boeiende brok Brugse geschiedenis evoceert en zich bovendien afspeelt binnen een historische stadskern die men al evenmin elders vindt. De praalstoet is een monument binnen een monument. Komt daar nog bij dat voor de praalstoet van de Gouden Boom de lat heel hoog wordt gelegd. Het is een ijzersterk scenario dat strak geregisseerd wordt, met veel overtuiging wordt vertolkt en waarbij weinig of geen toegevingen aan de kwaliteit worden gedaan. Ik ben bij meer stoeten in Vlaanderen betrokken en heb al meer dan eens keer mogen ervaren dat de praalstoet van de Gouden Boom als hét referentiepunt wordt gebruikt, als een modelstoet wordt beschouwd, en zo’n status verwerf je uiteraard niet toevallig. Opvallend is wel dat vooral stoeten die jaarlijks op de affiche werden geplaatst finaal mettertijd verdwenen. Dat heeft niet zelden te maken met financiën – een stoet die naam waardig slorpt al snel een fors budget op – maar ook met het déjà-vu-gevoel dat bij jaarlijkse ommegangen snel opduikt. Toen het stadsbestuur destijds besliste om de praalstoet van de Gouden Boom vijfjaarlijks te organiseren, was dat dan ook een wijze beslissing.”
 




Foto's: Toerisme Brugge

 

 
 

 

 

© 2004 - Comité voor Initiatief van Brugge vzw

 TOP