|
TOESPRAAK
BURGEMEESTER PATRICK MOENAERT OVER 50 JAAR COMITÉ
Dames en heren,
Als er één Brugse vereniging haar naam niet heeft gestolen, dan is het
wel het Comité voor Initiatief. Een halve eeuw nu al zet de vereniging
zich onverdroten in voor Brugge, gedreven door een grenzeloze liefde
voor én een bewonderenswaardige verknochtheid aan haar stad.
Toen het Comité voor Initiatief in maart 1956 werd gesticht – dat
gebeurde in een café, maar dat vermeld ik hier slechts als een detail –
gebeurde dat niet toevallig. Als het op het organiseren van evenementen
allerhande aankwam, kon Brugge weliswaar al langer op een meer dan
respectabele traditie bogen, maar de Tweede Wereldoorlog zorgde voor een
brutaal hiaat in deze traditie en in de na-oorlogse jaren had het
toenmalige stadsbestuur duidelijk andere zorgen dan het opzetten van
spektakels en aanverwant vertier.
Enkele pientere en slagvaardige Bruggelingen meenden dat deze ontstane
leemte dringend moest worden opgevuld. De oplossing werd het Comité voor
Initiatief dat zich meteen een dubbel doel stelde, namelijk – en nu
citeer ik even artikel 3 van de statuten - initiatieven te ontwikkelen
en te steunen ten bate van de cultuur en het toerisme én het bevorderen
van de ontspanning in de stad Brugge. Met andere woorden: het Comité
wilde niet alleen nieuw elan helpen geven aan het toeristische Brugge,
maar tegelijkertijd ook de Bruggelingen zelf verpozing en vertier
schenken. Het siert het Comité dat het een halve eeuw lang deze dubbele
betrachting effectief ook kon waarmaken en als u het mij vraagt mag het
dit nog vele jaren verder doen.
Dames en heren,
Bij het terugblikken op 50 jaar Comité voor Initiatief komen
onvermijdelijk enkele namen in de herinnering. We denken hier uiteraard
terug aan de stichters met o.m. Frans Vromman, Florent Machiels, Roger
Corty, Firmin Raes, Charles Vanhove, Arnould Vanneste en last but not
least Etienne Claeys. Deze laatste was niet alleen de allereerste
voorzitter van het Comité, maar bleef dat ook ruim 40 jaar lang, beslist
een unicum in het Brugse verenigingsleven. Uiteindelijk gaf hij de
fakkel door aan Jean Decort, wetende dat de voorzittershamer daarmee
verder in goede handen bleef. Als voorzitter bouwde Jean, die een waar
tweespan vormde met ondervoorzitter Martin Formesyn, niet alleen verder
op de fundamenten die zijn voorganger vorm had gegeven, maar dreef hij
tevens een vrij drastische verjonging van de vereniging door. Deze
noodzakelijke ingreep moest er komen om de geestdrift en de dynamiek van
het Comité te handhaven, maar ook om het bestuur te verruimen en zo de
toekomst veilig te stellen.
Hoeveel organisaties het Comité in die 50 jaar precies op zijn palmares
heeft geschreven weet ik niet, maar ik heb mij laten vertellen dat het
er meer dan 350 zijn, gaande van het internationaal gerenommeerde en
gewaardeerde Reiefeest over tentoonstellingen, concerten en Brugse
Parades tot en met het grensoverschrijdende spektakel “Baselius”, dat in
augustus op de Burg wordt opgevoerd en waarmee weer aansluiting wordt
gemaakt met de traditie van een groots opgezet openluchtspektakel in de
historische binnenstad, een traditie die 44 jaar geleden stil viel met
de laatste opvoering van het Heilig-Bloedspel.
Met dit alles heeft het Comité zo’n indrukwekkende know-how verworven
dat wij als stadsbestuur wat graag om de vijf jaar een beroep doen op
deze ervaring voor de organisatie van de Praalstoet van de Gouden Boom.
Het siert het Comité ook dat het nooit op zijn lauweren gaat rusten,
maar steeds nieuwe mogelijkheden aftast en nieuwe uitdagingen aangaat.
Het al geciteerde spektakel “Baselius” mag daar een mooi voorbeeld van
zijn, maar ik heb ook weet van nog andere nieuwe initiatieven die
momenteel in de pijplijn zitten en waar ik nu al nieuwsgierig naar uit
kijk.
Bij de viering van een 50-jarig bestaan komt onvermijdelijk een stukje
nostalgie om de hoek kijken. De tentoonstelling die we hier nu meemaken
mag daar een fraaie illustratie van zijn. Met zeldzaam geworden
archiefstukken, foto’s en rekwisieten uit stoeten en processies wordt de
bezoeker teruggevoerd naar tal van activiteiten die Brugge tijdens de
voorbije eeuw mocht beleven. Voor zover als nodig bewijst het andermaal
dat Brugge steeds creatief talent heeft gekend om festiviteiten niet
alleen gestalte, maar tevens niveau te geven. Dat andere stede ons dat
benijdden wordt nog het best geïllustreerd door het feit dat diezelfde
Bruggelingen werden ingehuurd om bijvoorbeeld stoeten in andere steden
in Vlaanderen en zelfs in het buitenland vorm te geven.
Dames en heren,
De geschiedenis van het culturele en toeristische leven in Brugge kan
niet worden geschreven zonder het Comité voor Initiatief te vermelden.
Het is het verhaal van een niet eens zo grote groep enthousiaste
Bruggelingen die zich steeds op energiek én belangeloos hebben ingezet
voor hun stad. Een stad die op een dergelijke vereniging kan prat gaat
mag zich dan ook gelukkig prijzen. Ik dank het Comité dan ook graag voor
alles wat het al voor Brugge heeft gepresteerd en nog zal presteren en,
namens het stadsbestuur, feliciteer ik het tevens met zijn gouden
jubileum. Laat op die eerste halve eeuw nog minstens 50 nieuwe jaren
volgen. Het is goed te weten dat Brugge zelf al die tijd verder zal
worden gediend door misschien wel de meeste Brugse van alle Brugse
verenigingen.
Patrick Moenaert,
Burgemeester.
|


|